Traceerbaarheid wordt steeds meer onderdeel van het dagelijkse handels- en douaneproces. Volgens een nieuw OECD-rapport hangen regels voor productveiligheid, circulariteit, herkomst, dwangarbeid en verantwoord inkopen in toenemende mate af van informatie over waar en hoe goederen zijn gemaakt, verplaatst en gecontroleerd.
Meer informatie betekent niet automatisch beter toezicht. Wanneer overheden en bedrijven dezelfde gegevens in verschillende formats en systemen blijven uitvragen, ontstaan dubbele kosten en vertraging. De OECD adviseert daarom gegevens over product, producent, locatie en zending waar mogelijk één keer vast te leggen en gecontroleerd te hergebruiken.
Digitale productidentificatie, elektronische documenten en zogeheten Single Windows kunnen grensprocessen versnellen, maar alleen als definities en gegevens op elkaar aansluiten. Douane, markttoezicht, certificerende instellingen en bedrijven moeten dezelfde informatie kunnen vertrouwen en verwerken.
Voor webshops en fulfilmentbedrijven verschuift productdata daarmee van administratieve bijzaak naar voorwaarde voor markttoegang. Een ontbrekende herkomstverklaring, materiaalcode of leveranciersreferentie kan uiteindelijk even verstorend worden als een ontbrekend voorraadveld.

