Pakket- en koeriersbedrijven moeten beter controleren wie hun vervoer daadwerkelijk uitvoert. De Inspectie Leefomgeving en Transport en vergunningverlener NIWO zien dat opdrachtgevers de vergunningplicht meestal wel in contracten opnemen, maar daarna niet altijd nagaan of vergunningen geldig blijven en welke onderaannemers worden ingezet.
Voor het gezamenlijke onderzoek spraken ILT en NIWO met zes opdrachtgevers en expediteurs. Daardoor kwamen 274 vervoerders in beeld. Bij 122 vervoerders, 45 procent van de onderzochte groep, werd een geldige vergunning gevonden. Bij de overige 152 werd geen geldige vergunning aangetroffen. Dat betekent niet automatisch dat al deze vervoerders de regels overtraden: de vergunningplicht hangt onder meer af van het voertuig, de voertuigkeuring en de manier waarop het vervoer wordt uitgevoerd.
De inspecteurs zagen vooral gaten in de periodieke controle. Vergunningnummers en einddata werden niet overal volledig geregistreerd. Ook was de controle op kentekens, chauffeurs en onderaannemers vaak beperkt. Dat maakt het lastig om te beoordelen wie een pakket na overdracht aan een vervoerder of depot werkelijk bezorgt.
De verantwoordelijkheid stopt niet bij de vervoerder. De Wet wegvervoer goederen bepaalt dat ook afzenders en expediteurs medeverantwoordelijk zijn voor een eerlijke transportketen. Wie vervoer uitbesteedt, moet daarom redelijke maatregelen nemen om te voorkomen dat een partij zonder vereiste vergunning wordt ingezet. Een bepaling in de overeenkomst helpt, maar vervangt een werkende controle niet.
Voor een webshop of fulfilmentbedrijf begint dat met een actueel vervoerdersregister. Leg per partij het vergunningnummer, de einddatum, gebruikte voertuigen en toegestane onderaannemers vast. Spreek af dat wijzigingen vooraf worden gemeld en controleer de gegevens opnieuw op vaste momenten. Zo voorkom je dat een keurige afspraak op papier losraakt van de dagelijkse pakketstroom.

