De Europese Unie voert vanaf 1 november 2026 een afhandelingsheffing van 2 euro per artikel in voor goederen die via afstandsverkoop rechtstreeks van buiten de EU worden ingevoerd. De heffing is bedoeld om de kosten van datacontrole, risicoanalyse en douanetoezicht op de grote stroom kleine zendingen te dekken.
De nieuwe heffing staat los van het tijdelijke douanerecht van 3 euro dat sinds 1 juli geldt voor artikelen in zendingen met een waarde tot en met 150 euro. Ook de verplichte productidentificatie vanaf 1 november blijft een afzonderlijke maatregel. De verschillende wijzigingen stapelen zich daardoor op in dezelfde importketen.
De consument is niet rechtstreeks de schuldenaar van de afhandelingsheffing. In de overgangssituatie ligt de betalingsplicht doorgaans bij de aangever, bijvoorbeeld een partij die de IOSS-regeling gebruikt of een indirect douanevertegenwoordiger. In contracten en tarieven kan de rekening uiteindelijk wel bij platform, webshop of koper terechtkomen.
Voor iedere productcategorie en route moet daarom duidelijk zijn welke partij aangeeft, welke invoerkosten gelden en hoe die kosten in productprijs, checkout en marge worden verwerkt. Vooral bij goedkope artikelen kan een vast bedrag een groot deel van de brutomarge opslokken.

